Ban op biomassa zou rampzalig zijn voor het klimaat’

19 nov

Hoogleraar bio-economie Martin Junginger maakt zich zorgen over de groeiende weerstand tegen biomassa. Hij ziet er hele goede toepassingen voor, die nodig zijn om de klimaatdoelen te halen. Maar elektriciteit opwekken door hout te verbranden hoort daar volgens hem niet bij. ,,Het zou me verbazen als daar na 2024 nog één cent subsidie naartoe gaat.’’

Annemieke van Dongen 13-11-19, 21:00 Laatste update: 22:17

Maar feit is dat twee grote energiebedrijven na een reeks kritische publicaties en groeiende protesten afzien van nieuwe biomassacentrales. Vattenfall liet weten na de omstreden biomassacentrale in Diemen voorlopig geen nieuwe centrales meer te willen bouwen in Nederland. En Engie zette afgelopen week een streep door zijn geplande biomassacentrale in Nijmegen.

Martin Junginger, een Nederlandse autoriteit als het over energie uit organisch materiaal (zoals planten) gaat, zucht. ,,Door alle negatieve berichtgeving, onder meer in jullie krant, krijgen mensen een verkeerd beeld. Neem jullie recente nieuws dat biomassacentrales meer stikstof en fijnstof uitstoten dan kolen. Waar heb je het dan helemaal over? De energiesector als geheel zorgt voor maar 0,3 procent van alle stikstofuitstoot in Nederland.’’

Vanuit zijn werkkamer op de achtste verdieping op de campus van de Universiteit Utrecht wijst hij naar het westen. ,,Bij die schoorsteen staat een gascentrale van Eneco. Ook daar was protest omdat er 40 procent biomassa wordt bijgestookt. Dat zorgt misschien voor een half procent meer fijnstof. Mensen kunnen zich beter druk maken over de vijfbaans A2 die daar vlak achter ligt. Het verkeer zorgt voor 80, 90 procent van de luchtvervuiling hier.’’

Het gaat niet om één centrale, er zijn plannen voor meer dan 600 biomassa-installaties. De meeste hebben niet zulke goede rookgasfilters en hoge schoorstenen. Omwonenden zijn bang voor luchtvervuiling.
,,Ja, dat maakt dit debat zo complex. Er zijn 101 verschillende typen centrales, en nog meer soorten biomassa – van snoeihout tot rioolslib. Bij het snelgroeiende aantal kleine centrales middenin woonwijken kun je inderdaad wel vraagtekens zetten. Gemeenten moeten klachten van omwonenden serieus nemen. Het RIVM en de GGD hebben terecht gewaarschuwd dat goed naar de gevolgen voor de volksgezondheid moet worden gekeken.’’

Over luchtvervuiling door verbranding van biomassa is weinig bekend, dat maakte het volgens ons relevant om de nog niet door het kabinet gepubliceerde uitstootcijfers als nieuws te brengen.
,,Dat vraag ik me af. Hier groeit het aantal biomassa-installaties nu heel snel omdat we van het aardgas af moeten. Maar in Scandinavië en Midden-Europa staan al decennia honderden centrales. Landen als Zweden, Duitsland en Oostenrijk hebben een lange traditie van hout verbranden om hotels, zwembaden en buurten te verwarmen.’’

Daar kunnen we onze situatie toch niet meer vergelijken? Die landen zijn veel minder dichtbevolkt, kampen met veel minder luchtvervuiling en hebben veel meer bossen. Wij moeten de biomassa importeren uit Noord-Amerika, Estland en Wit-Rusland.
,,Met vervuilende schepen, wordt dan steevast geroepen. Het is ironisch dat mensen daarop focussen. Transport over zee is efficiënt: 10.000 kilometer per schip veroorzaakt evenveel CO2-uitstoot als 200 kilometer per vrachtwagen. De Europese Commissie heeft strenge duurzaamheidscriteria gesteld voor biomassa. Die moet minstens 70 procent CO2-winst opleveren ten opzichte van fossiele brandstoffen. Daarbij gaat het om de hele keten: van de vrachtwagen die de boomstammen vervoert en het energieverbruik van de houtpelletfabriek tot de scheepsdiesel. Bovendien: we importeren alles in Nederland. Ons voedsel, onze kleding, onze olie en onze kolen.’’

Maar daar willen we juist vanaf. En de landen waar we biomassa vandaan halen, zoals de VS, hebben zelf ook een grote klimaatopgave. Wij zadelen hen zo in feite op met de CO2-uitstoot, terwijl wij de onze op papier tot nul reduceren door kolen te vervangen door biomassa. Want de uitstoot telt alleen mee in het land waar het hout is geoogst. Niet in het land waar de biomassa wordt verbrand. ‘Pervers beleid’, oordeelde de Europese wetenschapskoepel EASAC onlangs
,,Dat wij onze milieuproblemen op andere landen afwenden, daar kun je ethisch wat van vinden. Natuurlijk, het beste voor het milieu zou zijn als de VS hun eigen biomassa gebruiken. Maar dat zie ik niet gebeuren, zo lang Trump president is. 

Daarbij staat er ook wat tegenover: banen en inkomsten in arme gebieden, zoals bij de pelletfabrieken in het zuiden van de VS.

Het is logisch om de broeikasgasemissies voor hout te registreren als het hout wordt gekapt. Want wanneer moet je die anders meetellen als je er bouwmaterialen of meubels maakt, die tientallen of honderden jaren meegaan? 

Het klopt dat de VS niet meedoen aan het Klimaatakkoord, en dus niet verplicht is zijn emissies te reduceren. Maar de Europese eisen aan biomassa verplichten ze de emissies toch te rapporteren, anders mogen ze de houtpellets niet naar ons exporteren. Ook moeten ze ervoor zorgen dat de hoeveelheid opgeslagen CO2 in hun bossen gelijk blijft of toeneemt. Export van biomassa is dus geen vrijbrief voor kaalkap.’’

Dezelfde wetenschappers waarschuwen dat de enorme vraag naar houtbiomassa een ‘koolstofbom’ laat ontploffen, omdat veel CO2 die is opgeslagen in bossen nu in korte tijd vrijkomt. Bovendien werkt het ontbossing in de hand. De overheid zou daarom moeten stoppen met de miljardensubsidies voor biomassa uit bossen.
,,Zó groot is de vraag naar houtpellets niet. Jaarlijks stijgt die wereldwijd met 20 à 30 procent. Daar is voorlopig genoeg resthout voor beschikbaar: takken, toppen, kromme bomen. Van rechte bomen worden geen houtpellets gemaakt. Die leveren – zelfs inclusief de subsidies op biomassa- twee tot vier keer zo veel op als zaaghout. Een boseigenaar zou wel gek zijn om zulke waardevolle bomen aan een energieleverancier te verkopen. De CO2 in resthout, dat nu vaak in bossen achterblijft, komt hoe dan ook vrij. Als we resthout gebruiken voor biomassa worden er nieuwe bomen voor aangeplant, die de CO2 binnen vijf tot twintig jaar weer opnemen als ze groeien. Oude bomen nemen nauwelijks CO2 op. Vanuit klimaatperspectief kun je bossen het beste slim managen en ze gebruiken voor energie én materialen. Door met hout in plaats van beton en staal te bouwen, besparen we energie.’’

Maar dood hout heeft ook een waarde voor de natuur. Biomassaproductie leidt volgens ecologen tot eenvormige bossen zonder biodiversiteit.
,,Daarom moet een deel van het dode hout in het bos achterblijven, volgens onze strenge duurzaamheidscriteria. Het punt is dat in een deel van de bossen juist te veel resthout achterblijft. Daardoor kunnen bosbranden zich razendsnel verspreiden. Daar komen gigantische hoeveelheden CO2, roet en fijnstof bij vrij. Alleen al in de provincie Brits-Columbia in West-Canada ging vorig jaar 200 miljoen ton CO2 de lucht in door bosbranden. Dat is evenveel als álle Nederlandse broeikasgasemissies. Dankzij biomassa krijgt dat resthout een economische waarde. Spaar je daarmee fossiele brandstoffen uit én voorkom je bosbranden, dan pak je dubbele klimaatwinst.’’

U ziet vooral de voordelen, veel andere wetenschappers de nadelen. Hoe kan het dat de wetenschap zo sterk verdeeld is over biomassa? 
,,Energiedeskundigen, zoals ik, zien vooral de voordelen. Net als bosbouwers. Ecologen zien vooral de negatieve kanten, die ik zeker niet wil wegwuiven. Zij vinden behoud van biodiversiteit belangrijker dan energie. Daar moeten we een middenweg in zien te vinden: hoeveel hout laat je achter in het bos, hoeveel bos bescherm je als natuur?’’

Het sentiment in de Nederlandse samenleving lijkt dat we geen grootschalige biomassa willen, vooral vanwege zorgen om onze luchtkwaliteit.
,,Die moeten we echt in perspectief plaatsen. Ik zou morgen mijn handtekening zetten onder een petitie om alle open haarden in Nederland te verbieden. Ik snap niet dat milieuorganisaties dáár niet op inzetten. Supergezellig, in deze tijd van het jaar, maar door de onvolledige verbranding gaat 90 procent van de warmte en alle roet, teer en fijnstof linea recta de lucht in. 

Ik heb ooit de vergelijking gemaakt voor een kleine biomassacentrale die warmte levert aan 2500 huishouden. De uitstoot daarvan staat gelijk aan die van tien open haarden. De bevolking lijkt overal tegen: er is protest tegen windmolens, tegen zonneparken, tegen geothermie. Maar we willen wel van het aardgas af.’’

Misschien zou de weerstand kleiner zijn als biomassa niet werd gebruikt om elektriciteit op te wekken? Daarvoor zijn schonere alternatieven: zon en wind, straks waterstof. Had het kabinet die miljardensubsidies niet beter daarin kunnen investeren? 
,,Een hele terechte vraag. Zonne- en windenergie zijn zo goedkoop aan het worden, dat biomassa verstoken in kolencentrales daar straks absoluut niet meer mee kan concurreren. Het zou me verbazen als daar na 2024 (de huidige subsidieperiode, red.) nog één cent subsidie naartoe gaat. 

Voor warmte ligt dat anders. Daar zullen we biomassa als tussenoplossing voorlopig nodig hebben om alle huizen in 2050 klimaatneutraal te maken. Uiteindelijk willen we toe naar goede isolatie, warmtepompen, geothermie en waterstof, maar dat kost tijd en een deel van die oplossingen is nu nog te duur. Het beste kunnen we daarvoor lokale biomassa gebruiken, zoals snoeihout.
Uiteindelijk zullen we biomassa alleen nog inzetten voor het vervangen van fossiele brandstoffen waar geen alternatief voor is. In het zware transport, in de luchtvaart – ik zie niet snel een elektrische Airbus 380 van Amsterdam naar Shanghai vliegen. En in de chemie, om plastics en andere materialen te maken waar aardolie nu de grondstof van is.

Met biomassa kunnen we ook negatieve emissies halen. Door de CO2 af te vangen en in lege gasvelden onder de Noordzee te stoppen – of nog beter: te hergebruiken voor materialen – haal je het permanent uit de atmosfeer. Die negatieve emissies hebben we hard nodig om onze klimaatdoelen te halen. Het enkel opwekken van elektriciteit uit biomassa is geen lange toekomst toebedeeld.’’